+31 (0)493 382 852

Dysbacteriose

Een evenwichtige darmflora is cruciaal voor de gezondheid van pluimvee, met name wanneer we hoge prestaties nastreven. Een gezonde darmflora is de eerste lijn van verdediging tegen binnendringende ziekteverwekkers en dus van groot belang in het voorkomen van infecties door pathogenen. Verder is het ook noodzakelijk voor een goed functionerende en efficiënte vertering van voeding, wat resulteert in optimale productieparameters.

Darmflora

Het maagdarmkanaal bestaat uit een groot en divers scala van bacteriën. De darm van éénmagige dieren bevat tien keer meer bacteriën (1014) dan lichaamscellen. De diversiteit en het totale aantal van deze micro-organismen neemt toe richting het einde van het darmstelstel. De flora in een gezond darmstelsel wordt gedomineerd door anaërobe bacteriën zoals Bifidobacterium spp. en Lactobacillus spp., die melkzuur en andere korte-keten vetzuren produceren.

Verstoring

In een gezond darmstelsel leeft meer dan 90% van de bacteriën in symbiose met de gastheer, oftewel de bacteriën en het dier hebben een gunstige invloed op elkaar. Dit noemen we eubiose. De gastheer, de kip in dit geval, zorgt voor goede leefomstandigheden en in ruil daarvoor biedt de darmflora ondersteuning bij essentiële activiteiten zoals de vertering.

Als de relatie ernstig wordt verstoord, noemt men dit dysbiose of dysbacteriose. Hierdoor kunnen potentiele pathogenen uitgroeien en toxinen produceren waardoor er infecties optreden. Het lichaam probeert de ziekteverwekkers zo snel mogelijk uit te scheiden waardoor er natte mest ontstaat en de kans op voetzoolleasies toeneemt. Bij een verstoring wordt ook de digestie en absorptie van nutriënten nadelig beïnvloed, wat resulteert in een verminderde voederefficiëntie en groeivertraging.

Externe factoren

Verstoringen in de darmflora zijn meestal gevolg zijn van externe factoren zoals management, stress, het gebruik van antibiotica en voeding. Voer en water zijn belangrijke factoren die de samenstelling en de metabolische activiteit van de darmflora kunnen beïnvloeden. Denk hierbij aan voerfouten, verandering van de samenstelling, lage kwaliteit componenten en een gebrekkige voer- of waterhygiëne.

Een eiwitrijk dieet bevordert de groei van bepaalde bacteriën zoals Clostridia en belemmert de condities voor lactobacillen en bifidobacteriën. Bovendien kan elke vorm van stress een directe impact hebben op de darmflora, omdat stress de afgifte van verteringssappen en de darmbewegingen (peristaltiek) negatief beïnvloedt.

Mycotoxinen

Onlangs is door Gunther Antonissen (Universiteit Gent) in een doctoraatsstudie aangetoond dat een wettelijk toegestane besmetting met de mycotoxinen deoxynivalenol (DON) en/of fumonisine (FBs) een belangrijke triggerfactor vormt voor de ontwikkeling van Necrotische Enteritis door Clostridium perfringens bij pluimvee. Reeds bekende triggerfactoren zijn het type voer, pathogenen (coccidia), en andere omgevings- en managementsfactoren. Zij zorgen voor de overgroei van Clostridium Perfringens door het voorzien van de nodige nutriënten en een gunstige omgeving. De mycotoxinen DON en Fumonisine, in een wettelijk toegelaten hoeveelheid, kunnen nu aan het rijtje triggerfactoren worden toegevoegd.

Antonissen heeft aangetoond dat DON darmschade veroorzaakt en dat de eiwitconcentratie in de darm was verhoogd. Dit kan leiden tot een verhoogde groei van Clostridium perfringens en dus een onbalans in de darmflora. Daarnaast heeft hij vastgesteld dat, een met fumonisine besmet voer, een negatief effect heeft op de darmflora. Hij vond minder lactobacillen en een verhoogd aantal Clostridium perfringens in de darm van kippen in de proefgroep.

Antibiotica

Voor het elimineren van ongewenste pathogenen kunnen antibiotica nuttige hulpmiddelen zijn. Maar naast pathogenen, elimineren ze ook een groot deel van de gunstige microflora. Deze moet na de behandeling hersteld worden om snelle groei van opportunistische pathogenen en dus dysbiose te voorkomen.

Antibiotica zijn effectief in het elimineren van ziekteverwekkers, maar ze hebben geen effect op ontstekingsreacties. In veel gevallen veroorzaakt antibiotica zelfs een tijdelijke verstoring van de immuunreactie waardoor een overdreven immuunrespons nog meer schade kan aanrichten dan de pathogeen zelf. Na het gebruik van antibiotica, wordt het gebruik van probiotica aangeraden om dysbiose te voorkomen en het daarmee samenhangend immunologisch evenwicht te behouden.

Preventie

Natuurlijk is het zaak om zoveel mogelijk van de bovengenoemde factoren uit te sluiten. Maar soms is het onvermijdelijk en wordt het kuiken blootgesteld aan stress, een antibioticabehandeling of een voerverandering. Probiotica kunnen een evenwichtige darmflora ondersteunen door het vergroten van het aantal gunstige bacteriën die organische zuren produceren. Hierdoor wordt de weerstand tegen ongunstige bacteriën verhoogd.